Feeds:
Berichten
Reacties

Kim durft te vragen

Mijn allereerste keer was ’s avonds, op mijn oppasadres. Kind lag te slapen en ik had tijd voor mijn andere werkzaamheden: het schrijven van een column, verder werken aan mijn boek dat in juni uitkomt, of een blog (nee, ik weet niet meer precies welke van deze opties het was).  Ik twijfelde over de spelling van een bepaalde term en aangezien ik google hierin niet volkomen vertrouwde, gooide ik het maar op twitter: Wat is de juiste spelling van Win-win-situatie? #durftevragen
Een typisch geval van klok en klepel, want ik wist hoe ik iets moest vragen aan ‘de hele wereld’, maar ik had geen idee waar ik de antwoorden kon lezen. Gelukkig weet ik het nu wel (bij mijn @mentions en ik had antwoord van @Vorkbaard inclusief smiley, want ik bleek het al goed geschreven te hebben). Wat ik óók niet wist is dat #durftevragen niet op twitter is ontstaan maar als een sessie op een beurs. Tijdens die sessie kon een groep mensen hun vraag aan elkaar stellen en de vragen werden tegelijk op twitter gezet. Daarna is de hashtag #durftevragen een eigen leven gaan leiden buiten de sessies om.
Hoe ik dat weet? Door het overzichtelijke en inspirerende boekje ‘Durf te vragen’ van Nils Roemen en Fanny Koerts. De ondertitel luidt:  de kracht van sociale overwaarde. En dat is precies waar de schrijvers vanuit gaan: iedereen heeft wel iets op zolder liggen waar hij/zij niets (meer) mee doet. Of kennis waar ze een ander mee kunnen helpen. Dit is sociale overwaarde. In het boek kun je lezen wat je er allemaal mee kunt bereiken en wat er allemaal al mee bereikt is.
Nils en Fanny roepen je op om vooral zelf ook gebruik te maken van #durftevragen en zo vrij te zijn je verlanglijst de wereld in te sturen. Dat is niet zo moeilijk: als Crohnpatiënt met een beperkte voorraad energie staat er al jaren één ding bovenaan mijn verlanglijst (ja, energie, maar dat krijg ik zelfs met de beste #durftevragen-sessie niet voor elkaar): een elektrische fiets.
In het boekje, dat overigens vrolijk geïllustreerd is door Kim Ravers, staat het inspirerende verhaal van Kyle MacDonald die een paperclip ruilde voor een huis. Hoe? Tja, het beste kun je dat in het boek lezen, maar het komt er op neer dat hij de paperclip ruilde voor iets waardevollers en dat voor iets wat nog meer waarde had.
Zou het echt werken? Ik neem de proef op de som: wie wil ‘Durf te vragen’ met me ruilen? Ik hoop natuurlijk te eindigen met een elektrische fiets…

 

Binnen een dag had ik al een reactie: Joan wilde graag het boek hebben in ruil voor deze tas: hij is ongeveer 40cm breed en 30cm hoog en heeft een leren hengsel, bloemetjesmotief en pailletjes. De tas is afsluitbaar met een rits. De tas is gekocht bij Sascha en is zo goed als nieuw omdat hij niet zo handig bleek als schooltas. Wie wil er ruilen???? 

Wel Godfried Bomans!

Ik sta hier voor het vensterglas
het regent pijpenstelen
ik wou dat ik een hondje was
dan kon ik mijn baasje gaan vervelen

Mijn nieuwste bijdrage voor de site yoga winkel online lees je hier

Heb je altijd al willen weten wat Yvon Jaspers, mijn weegschaal en een coloscopie met elkaar te maken hebben? Je leest het hier: http://www.ccuvnjong.nl/Meedoen/Blog?action=ShowItem&ciId=1485 in mijn gastblog voor CCUVN Jong

Mamma appelrasp

Een unicum: we zijn weer eens uit, vriend en ik. En niet zomaar uit: we staan in de Melkweg als twee van de gelukkigen die kaartjes hebben gewonnen voor een besloten optreden van mijn favoriete band Snow Patrol. Een beetje zenuwachtig (zal het wel goed gaan als straks de zaal is volgestroomd met 1000 man en ik niet meer bij de wc kan komen?) maar blij sta ik te wachten tot ze beginnen. Vriend laat zijn zusje nog even weten waar we zijn en dat hij op de radio te horen was.
“Nu wij kinderen hebben gaan dat soort dingen niet meer zo makkelijk’ smst ze terug. En dat schiet bij mij even verkeerd. Niet alleen omdat wij ook geen flitsend uitgaansleven hebben vanwege mijn ziekte: ik zou wel willen, maar word moe bij de gedachte alleen al, maar ook omdat ze vier opa’s en oma’s in hetzelfde dorp heeft wonen die nooit te beroerd zijn om op te passen. Wat een rijkdom!
Collega P. heeft onlangs haar schoonmoeder verloren en dat heeft me doen beseffen dat het helemaal niet zo vanzelfsprekend is om als dertiger je ouders nog om je heen te hebben. Wat ben ik blij dat ik ze heb. Daar denk weer even aan als ik een week later mijn moeder bel. Ze hoort gelijk aan mijn stem dat er iets niet helemaal goed is. Inderdaad, ik ben ziek zwak en misselijk. Mamma komt wel even langs en doet boodschappen. Na het kopje thee (dat ik later weer uitspuug) loopt mijn moeder even een rondje met hond Roemer. Ik rasp het appeltje dat mijn moeder voor me heeft gekocht, dat kreeg ik vroeger ook altijd van mamma als ik ziek was. Na het eerste hapje voel ik me al een stuk beter. Het werkt nog steeds. “Morgen moet ik werken, maar dan kan je vader wel even langskomen” zegt mamma. Wat fijn. Ik ben dan wel ‘volwassen’, wat dat ook mag zijn, maar ik heb ze nog zo nodig. Ik ben zo blij dat ze er (nog) zijn.
Maar eigenlijk kan niemand het mooier zeggen dan ik het Kasper van Kooten ooit in het theater (waar ik gewoon mocht zítten) heb horen zingen: ‘En dan word ik zo moe en wil ik naar jullie toe, dus wordt maar ouder, ouders’.

Felix! Oe, die stinkt!

We zullen er nooit de televisie voor aanzetten, maar als we er langs ‘zappen’ dan neemt een vreemd soort voyeurisme bezit van ons en blijven we geboeid en lichtelijk beschaamd kijken. En zo komt het dat vriend en ik er gisterenavond, samen met een groot deel van Nederland, getuige van waren dat Natasja Froger een stuk of 17 katten per stuk in kratten verpakte en ze uit een tweekamer flatje droeg. Zeventien katten. In een tweekamerflatje.
Waaróm de bewoonster van de flat ‘Bonje met de Buren’ had gekregen was ons gelijk duidelijk. Toen nationale knuffel-Surinamer John Williams, bijgestaan door enkele dappere buren, in wit pak en met een mondkapje voor het huis betraden om het een schoonmaakbeurt te geven kwamen ze al na vijf minuten kokhalzend naar buiten. Katten stinken. En dan vooral hun poep en pies. En daar was de huisraad (en eigenlijk de hele flat van de buurvrouw in kwestie) mee doordrenkt.
Ronduit smerig natuurlijk, en de dierenarts die in het programma aan het woord kwam zei ook dat je met 17 katten minstens zoveel kattenbakken nodig hebt, en eigenlijk nog eentje extra, maar de beesten deden het in ieder geval bínnen.
Nu heb ik zelf een hond, en als ik met hem een stuk ga wandelen neem ik braaf een hip houdertje met poepzakjes mee. Maar als we dan thuiskomen kan ik vervolgens met mijn tuinschepje aan de slag om alle drollen van de katten uit de buurt tussen mijn ooievaarsbek vandaan te peuteren. En in het voorjaar is het altijd weer een genot om te zien hoe de buurttijgers mijn zaaigoed weer vakkundig hebben uitgegraven. Gelukkig heb ik daar inmiddels (saté) stokjes voor gestoken.
Toch vraag ik me op zulke momenten af waarom ik eigenlijk hondenbelasting betaal en er niet zoiets als kattenbelasting bestaat. Katten schijten minstens net zo vaak op straat als honden en dan staat er nooit een eigenaar naast om het op te ruimen. Je ziet nu steeds vaker bordjes in de vorm van een hurkende hond met de tekst NO! er op uit plantenbakken steken. Als je het mij vraagt heeft de gemiddelde plantenbak meer te vrezen van een krabbende en kakkende kat dan van een gravende hond. Maar dat kan natuurlijk aan mij liggen.
En als het dan toch aan mij ligt, dan komt er kattenbelasting voor alle mensen die een kat hebben maar het beest buiten (lees: in de tuin van de buren) laten poepen. Dan kan de gemeente van de opbrengst van die belasting mooi alle flatjes van de mensen die katten binnen laten poepen en plassen schoon laten maken. En als die mensen mazzel hebben komt John Williams dan nog een bakkie doen.

Leest allen het blog van Crohniek-collega Petra: De plaszak; voor ál uw hoge nood?!.

Misbaar in de Morvan

Het socialiseren van een jong hondje is natuurlijk geen wedstrijd, dat weten wij ook wel. Maar stiekem willen we er wel de beste in zijn. Dus met 10 weken was onze pup voorgesteld aan hertjes en schapen. En toen we met hem naar de Landgoedfair waren geweest konden we iets bijzonders aan het socialisatielijstje toevoegen: alpaca’s!

Wat hoort mijn flapoor?

Toen we trots de foto’s van ons sociale hondje met alpaca’s op hyves zetten, bleek zijn zusje diezelfde dag kennis te hebben gemaakt met een beer! Tja, je hebt altijd baas boven baas….
Maar op vakantie in Frankrijk nemen we de gelegenheid te baat om ons repertoire uit te breiden. Naast ‘gewone’ Nederlandse koeien kan Roemer hier wennen aan hele grote witte Franse en met een beetje mazzel zien we ook die rode lachende…
Als ik op een ochtend met hem speel op het enorme grasveld (met zwembad en trampoline!) achter ‘ons’ boerderijtje horen we een vreemd geluid. Het klinkt als een mengeling van een schuurmachine, een housebeat en een astma-aanval. Voor Roemer is dit geluid nieuw. Ik herken het wel, ondanks dat ik in de stad ben opgegroeid: hier ergens vlakbij staat een ezeltje. Die hebben we nog niet ‘gehad’, dus als het tijd is voor zijn middagloopje gaan hondje en ik op zoek.
Op een heel groot veld, behorende bij de boerderij rechts van ons zie ik hem staan. Naast een bordeauxrode tractor die ergens in de jaren ’50 het levenslicht zag staat een zwart ezeltje met een witte neus te grazen.
“Kijk, lief ezeltje” zeg ik enthousiast tegen Roemer. Hij kijkt het nieuwsgierig even aan. Maar als het ezeltje ook nieuwsgierig wordt en op een drafje naar ons toe komt wordt het Roemer toch wat te gortig. Dat zwarte beest is gróót! Ik probeer heel veel rust en kalmte uit te stralen, maar het mag niet baten: puppy zet een keel op.

Wat is dat nou voor een ding?

Ezeltje besluit daarop dat hij dat nog veel beter kan. Dat deed Roemers zusje Meinske met die beer toch iets beter. Na wat correcties krijgen we ons hondje wel weer stil, maar de ezel balkt nog even door en Roemer heeft bijval gekregen van alle honden van de naburige boerderijen. Geblaf en gehuil weergalmt door  de groene heuvels en de bossen.
Het is tijd om stilletjes terug te gaan naar het huisje in de hoop dat we geen boze Franse boeren tegenkomen.
Het was nog lang onrustig in de Morvan.

Roemer is inmiddels ruim 4 maanden oud en heeft een rijk scala aan hobby’s: op de sokken van de grijze baas kauwen, aan de voeten van de rode baas liggen als die aan het werk is, achter Pippa aan rennen (door de kamer of de tuin, dat maakt niet uit), met andere hondjes spelen  en door speelhuisjes heen klimmen. Maar zijn allergrootste hobby is en blijft: door het gras rollen. Zodra hij het woord ‘vrij’ gehoord heeft kijkt hij naar de ondergrond tussen zijn pootjes. Is die groen, dan draait hij een kwartslag zodat hij met zijn schouder eerst in het gras terechtkomt. En dan maar rollen. Voor en achterpootjes in de lucht, en als je niet beter zou weten zou je denken dat hij een gelukzalige glimlach om zijn bek heeft. Vaak maakt hij ook tevreden zucht-geluidjes.
Nu ruikt gras best lekker fris, maar helaas ruimt niet élke hondeneigenaar de drollen van zijn of haar troetelkind op. Tel daarbij op dat Roemer pas geleden in de sloot is gerold (of gestapt, ik geef toe: ik keek één seconde de andere kant op) en u begrijpt dat hij niet heel erg fris rook toen hij

Ze zijn iets met me van plan, maar wat....

afgelopen zondag tijdens een wandeling op landgoed Elswout weer kletsnat werd van de regen.
Tijd om dit varkentje…eh: pupje, te wassen. Omdat ik voor mijn puppekind natuurlijk wel het beste wil, heb ik eerst uitgebreid gesnuffeld op de website Winkel voor Dieren. Daar was de keuze snel gemaakt. Net als de meeste tekstschrijvers houdt het roodharige baasje van Roemer wel van flauwe woordgrapjes én ze houdt van mooie en grappige vormgeving. Shampoo van Pet Head moest het dus worden. De ‘Fears for Tears’ variant is volgens de website extra mild en daardoor ideaal voor puppy’s. Bovendien is de fles blauw, past perfect bij een klein jongetje (ook al heeft deze dan 4 pootjes).
Als de fles (zeer snel) arriveert blijkt de shampoo ook heel erg lekker te ruiken: naar groene appel en kiwi. Dat is Roemer met me eens, want als ik hem aan de fles laat snuffelen probeert hij gelijk of zijn hele neus er in past. En als dat niet blijkt te kunnen wil hij de fles in zijn bek nemen. Dat is nu ook weer niet de bedoeling…
Maar het geeft goede moed, en dus neemt vriend de eerstkomende zondag de pup op de schouders en neemt hem mee naar de badkamer. Roemer vind het wel spannend, hij is wel eens boven geweest maar als ik het me goed herinner is dit pas de 5ekeer. En de eerste keer dat hij in de glibberige douchebak staat. Zijn houding en

Hoezo, ik stonk een beetje?

gezichtsuitdrukking (of heet dat snuituitdrukking?) doen me erg denken aan Bambi op het ijs. Maar eng vindt hij het niet. Ook niet als vriend de douchekop pakt. En ook niet als hij die aanzet.
Zelfs niet als hij de vacht van onze viervoeter nat maakt. En ook het inzepen is geen enkel probleem. De badkamer ruikt lekker naar appeltjes en kiwi en hondje knapt er ook van op. Nu zijn vacht zo nat is lijkt hij wel wat op een Beagle zie ik door de lens van de camera.
Het afdrogen vindt Roemer ook een feest, helemaal als we ‘O, wat ben je mooi!’ voor hem gaan zingen: hij begint te kwispelen.
Als ik die avond mijn neus in zijn vacht steek kan ik niet zeggen dat hij nog steeds naar een smoothie ruikt (maar dan kan ook aan mij liggen: ik ben verkouden), maar gewoon puppy ruikt ook lekker. Het valt me wel op dat zijn vacht er heel goed uit ziet en heel erg zacht is.

Altijd al fan geweest van Snoopy en nu lijk ik op een Beagle!

Goedgekeurd dus, deze Pet Head shampoo!

Pet Head Fears for Tears Hondenshampoo €17,95 (plus €2,- verzendkosten)

Inzepen is geen probleem

 

 

Oudere Berichten »

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.